Op zoek naar pinda-investeerders
Met goede vriend en econoom Ronald Mulder in gesprek over de waardering van wroeten in het sociale weefsel van de maatschappij
[Lees je liever mee in het Google Doc, zodat je ook meteen daar kunt reageren? Voel je welkom.]
[Lees en volg je liever op Substack of krijg je vervolg-publicaties rondom waardering xxx kunst liever in je mailbox? Dit is het directe linkje.]
In deze (eerste) post:
Waar zit – zoal, allemaal – de waarde van mijn (lees ook: je) werk?
Wie heeft er direct of indirect, nu of ooit profijt van, belang bij, interesse in, lol in?
Hoe krijg je daar iets van waarde voor terug? Bijvoorbeeld voldoende geld.
Hoe haal ik inkomen uit verspreide, complexe waardecreatie? Waar zit het zwaartepunt, de sweet spot van mijn samengestelde verdienmodel?
Voor wie zijn de upward risks enorm en de downward risks minimaal?
Of: wie heeft mogelijk veel voordeel en waarschijnlijk weinig last van mijn werk financieel mogelijk maken?
Of: wie merkt aan de opbrengstenkant mogelijk enorm veel mij supporten, maar aan de kostenkant weinig van mij financieren?
Of: peanuts voor de één (of velen), waardevol werk kunnen doen met basisinkomen voor de ander.
Of: waar zit mogelijk groot belang, veel voordeel of interesse én is relatief, ten opzichte van wat ik slechts nodig heb, (bizar) veel geld (over)?
Het gaat over pinda-investors, systeem-investeerders, ecosysteem sponsoren, ankerinstituties en public patrons, die weinig merken van mij een basisinkomen betalen en er wel veel voordeel van hebben.
En het gaat over wat Ronald mastery, noemt: iets voldoende meesteren, mijn grootste drijfveer. En vanuit daar delen, omdat je meesterschap daar nu eenmaal nog groter van wordt.
Lees lekker. Laat horen.
Op zoek naar pinda’s
Waar waarde wordt gecreëerd, is mogelijk geld te halen. Waar véél waarde wordt gecreëerd én veel geld is, is het eenvoudigst een boterham te verdienen. Dáár moet je naar op zoek, was mijn conclusie uit een gesprek zondag met econoom, oud compagnon en bovenal goede vriend Ronald Mulder. We doken de waarde in van Gewoon een Kop Koffie, AKA de daklozenwandelingen van Groningen en raakten ook nieuwer werk aan, zoals Caught the App. Het hele gesprek kun je eventueel hier beluisteren. In dit artikel werk ik het voor mezelf uit en deel ik wat ik leerde, waar ik mee verder ga. En da’s best veel én eenvoudig. Dank, Ronald! Voel je welkom om mee te bewegen in mijn queeste.
“Vraag grote Groninger organisaties, die overduidelijk veel baat hebben bij een gezond sociaal weefsel in de stad, zoals de Gemeente, RUG en Hanze, om een basisinkomen voor jou door drie of vier te delen.
Dat is peanuts voor hen en een mooie boterham voor jou!”
Vragen? Suggesties? Haal je er iets uit? Leuk en vast waardevol als je even een reactie achterlaat of me mailt op ritzotencate@gmail.com. Ik ♥️ samen.
Wil je… doneren? Graag! ♥️♥️♥️
Beginnen bij het begin
Met werk in opdracht verdiende ik jarenlang een aardige boterham. Maar hoe doe ik dat met autonoom werk dat volgens mij veel waardevoller is, maar waar nu nog niemand op zit te wachten? Hoe genereer ik, als autonoom maker, onderzoeker, anno 2026 een basisinkomen (of liever nog net iets meer)?
Ik ga in gesprek met experts, kunstenaars, succesvolle ondernemers en investeerders op zoek naar antwoorden. Zo’n gesprek begin ik met de vraag:
Kun je eens met me meedenken? 😉
Waar wordt welke waarde gecreëerd?
Waar wordt welke waarde gecreëerd? Dat is de eerste vraag die je je als ondernemer moet stellen (en moet blijven stellen). Of zoals Ronald en ik het in ons boek formuleren: wie wil je waarmee blij maken? Het is de basis voor je business, voor je verdienmodel, het begin van je puzzel. Daarna volgen hoe-vragen en uiteindelijk het rekenen.
Ondernemen begint bij mezelf: R = 1
Autonoom werk begint – per definitie – bij de maker zelf, en zo werkt het bij mij ook echt, merk ik. Ritzo is test nummer 1 en klant nummer 1. R=1. Ik loop over straat, lees een boek, heb een gesprek, begrijp iets niet, raak verwonderd, wordt verdrietig, voel me boos en dan moet daar iets mee. Pas als ik het begrijp, het in de vingers heb, het – in Ronalds woorden – meester, dan kan ik door. Dáár zit mijn lol. Dáár zit waarde, voor mij. Intrinsieke motivatie. Waarom wil ik al die tijd (en geld) erin investeren? De afgelopen tijd leerde ik – bij verschillende coaches – dat ik meer drijfveren heb, zoals kennis en verhalen willen delen (om anderen mee te laten profiteren van mijn vondsten), de wereld leuker, blijer, mooier en beter willen maken, vrienden maken, verbinding maken, avontuur beleven, maar in de kern laat ik me leiden door wat ik nog niet begrijp en wel wil begrijpen (om die andere drijfveren te kunnen bedienen).
Koffiedrinken en wandelen met mensen van de straat bleek een vorm om te onderzoeken hoe je verbinding kunt laten ontstaan tussen mensen die zich niet zonder meer veilig voelen bij elkaar. Wat is nodig om je zo veilig te voelen dat je je levensverhaal durft te delen? Wat is nodig om drie, vier uur in de nabijheid te zijn van iemand die ook je portemonnee zou kunnen jatten, of je beroven als hij (of zij) je mee naar een rustiger plekje heeft weten te krijgen dan op de hoek van de straat?
Zodra ik het begrijp ben ik klaar. Een groot deel van mijn blijheid zit in wat Ronald ‘mastery’ noemt. Al sinds de basisschool loop ik mijn nieuwsgierigheid achterna en ben ik klaar als ik het in de smiezen heb. Als iemand me daar een diploma voor wil geven is dat prima, maar zodra ik het begrijp ben ik er wel klaar mee en ga ik zeker geen bijpassende baan zoeken, want ik ben er eigenlijk al klaar mee. Ik ga door. Mijn eigen kennis– of begripshonger is de graadmeter, het kompas. Ik hoef er ook geen kampioen in te worden. Genoeg is genoeg. Ik denk in minimum viable products wat ik als kunstenaar vertaal naar ‘minimum viable art’.
Van R = 1 naar N = voldoende
Om sneller en/of meer te kunnen leren betrek ik ook anderen, deelnemers noem ik dat tegenwoordig. Bij de stadswandelingen waren het meewandelaars, klanten voor de gidsen. Want als ik anderen betrek heb ik niet één lichaam om mee te leren maar meer. Van ‘wat heb ik nodig om me veilig te voelen’ naar ‘wat hebben anderen nodig?’
Om anderen zo gek te krijgen om mee te doen, moet ik ook altijd op zoek naar een vorm die aanlokkelijk voelt. Want waarom zou je drie, vier, vijf uur – ook in regen, hagel en wind – met een dakloze gaan wandelen, als je anders van juist wegkijkt en doorloopt? Waar zit de waarde voor de klant?
Gewoon een Kop Koffie begon met een uitnodiging aan vrienden om ook koffie te drinken met een dakloze, omdat ik daar zelf zoveel uithaalde. Omdat niemand (behalve vriend Folkert) het zomaar zelf ging doen, schreef ik een handleiding en toen ook dat niet leidde tot dat mensen met mijn onderzoek gingen meedoen, zocht ik door naar andere vormen en ontdekte dat samen wandelen, naast elkaar, fijner, comfortabeler was dan een gesprek waarin je tegenover elkaar staat of zit. Geen interview, geen ondervraging, waar je elkaar strak aankijkt en alles statisch is, maar wandelen, bewegen, samen, beetje kletsen, vraag, antwoord en soms ook even stilte zonder dat dat ongemakkelijk voelt. En zo ontstonden de wandelingen waarmee mensen van de straat hun levensverhaal vertelden aan de hand van de stad. Eén voormalig dakloze gids, maximaal vijftien klanten en ik ging mee om alles een beetje bij elkaar te houden.
Er zit hier waarde voor de klanten, tenminste zoveel als dat je uit een bioscoopbezoekje haalt. En zo kwamen we tot de prijs van een tientje per persoon. Cash afrekenen. Geen bon. Iedereen. Ook basisschoolkinderen, ook ambtenaren, die toch echt een bonnetje zeiden nodig te hebben, om het te kunnen declareren.
Veel deelnemers zijn onder de indruk. Na een wandeling kun je niet meer wegkijken. ‘Het heeft mijn kijk op daklozen en mensen in het algemeen gevormd,’ hoorde ik later terug van bijvoorbeeld Inge Jongman, die tegenwoordig als wethouder verantwoordelijk is voor hoe we in Groningen met daklozen omgaan. Wat is dat waard?
Samen met de gidsen en deelnemers zocht ik naar een vorm waar voldoende mensen ‘graag’ op zeiden. En anders maar ‘niet.’ Zo’n 5.000 mensen wandelden mee met inmiddels veertien gidsen.
Hoe kom je van één gids naar G = 14? Waar zit de waarde voor hen?
Voor de gidsen zit de waarde in onder de mensen zijn, een netwerk opbouwen, je verhaal kunnen vertellen en zo ook zelfrespect opbouwen. Jonny zei op enig moment: ‘Door die wandelingen heb ik wel 1000 therapeuten gehad.’ Daarom bleef-ie jarenlang lopen. Al waren die tientjes ook belangrijk voor hem en heeft Wilma maar al te graag wat extra ruimte om iets leuks te kopen voor haar kleinkinderen.
Dertien gidsen, inclusief Jonny, zijn ondertussen gestopt, gestrand of overleden zelfs, maar Wilma wandelt nog steeds en graag en… ze heeft zelf haar vriend Tonny in het zadel geholpen! En daarmee zit mijn werk er écht op.
Van R = 1 naar R = meer, ook in meer steden – open source!
Om mijn onderzoek groter te maken (en meer te kunnen leren), vroeg ik vrienden en meewandelaars die ook wel iets wilden doen om co-gids te worden om in plaats van mij mee te wandelen. Om ze in te werken moest ik nog beter begrijpen wat mijn rol was en schreef ik een handleiding. Er ontstond een heel legertje meewerkers. Samen runden we de daklozenwandelingen. En ook hier was de vraag: wat haal je eruit? Waarom besteed je hier je tijd en aandacht aan en ga je bijvoorbeeld niet een middag shoppen met vriendinnen? Onderzoeker Frans haalde er echt contact met mensen van de straat uit – heel waardevol naast de kwantitatieve data. M. en haar zoon bleken meer overlap te hebben met Max en Iddo dan ze op voorhand hadden ingezien. Weer iemand anders wilde iets nuttigs doen, nieuwe mensen leren kennen, nieuwe delen van de stad verkennen, van mij leren hoe ik zo’n beweging opzet of… handig worden met Google Docs. Iedereen deed mee om er beter van te worden. Daarom noemde ik iedereen, ook de co-gidsen, allemaal gewoon meewerkers (en geen vrijwilligers).
De verhalen gingen via socials, traditionele media en op den duur ook lezingen het land door en kregen opvolging in andere steden. Soms was een doorkijkje voldoende en anders deelde ik de handleiding, ook met liefde. Hoe zet je daklozenwandeling op?
Donkerder, nog meer leren via andere lezers
Mei 2015 overleed mijn moeder. Wat een verdriet! Alles resoneerde met alles en na een half jaar aan tafel zitten bij een wijze oude man (of af en toe op een meditatiekussen), dat ik afsloot met veertien dagen hoog-Lapland in de winter, schreef ik alle donkerte van me af, kon ik niet stoppen en ontstond mijn debuutroman Donkerder. Het werd een totale blend van alles wat ik zelf, persoonlijk, direct en indirect had meegemaakt en alle jeugdverhalen die ik had meegekregen van alle mensen die ik op straat had leren kennen.
Waar komt dakloosheid en verslaving vandaan? Waarom zorg je niet altijd goed voor jezelf? Mijn conclusie: ‘Als kind kun je niet kiezen wat je overkomt. Als mensen kunnen we er wel voor elkaar zijn.’
Donkerder 1.0 ging het hele land door, vormde zelfs de basis voor het winnen van de Nationale Onderwijsprijs en werd zo ook door uiterst kritische lezers gelezen. Er bleken debutantfoutjes in te zitten, die ik er vervolgens samen met een ster-redacteur uithaalde, vooral ook omdat ik ook het schrijven van een roman echt wilde meesteren.
‘Een boek schrijven, is waardevoller dan honderd boeken lezen,’ concludeerden Ronald en ik al in 2006 na het schrijven van ons eerste boek. Dat geldt eigenlijk voor elke vorm van kennis en verhalen delen, of je nou college geeft, een handleiding schrijft of je zielevruchten op een andere manier blootstelt aan, test op een publiek. Om te delen is mastery nodig.
Al het geld van de wandelingen ging overigens 100% naar de gidsen. Zelf deed ik het omdat het nodig voelde, omdat ik niet kon stoppen. Uiteindelijk verdiende ik wel geld met het geven van lezingen. Het delen van kennis, inzichten en verhalen bleek in die vorm ook van betaalbare waarde te zijn.
‘Waar ontstond nog meer waarde?’
Bijna al mijn onderzoek, gepionier begint heel klein met mezelf, met naasten, om vervolgens organisch vaak groter te groeien. En bijna altijd stop ik, zodra ik er verder moet reizen dan wandel– of fietsafstand. Ik hou niet van onnodig veel kilometers maken en bovendien vind ik het interessant om te focussen op één stad en niet op een heel land. Wellicht kun je op deze kleine schaal wél invloed hebben en ontstaat er zo een cumulatief effect.
Bij Gewoon een Kop Koffie hebben toch wel 5.000 van tegenwoordig dik 240.000 Groningers een andere relatie met mensen van de straat ontwikkeld. ‘Je kijkt niet weg, maar maakt al snel even een praatje.’
Hoe en waar je dat concreet terugziet is moeilijk aan te wijzen, maar ik vind het een hoopvolle gedachte dat wethouders, raadsleden, journalisten, agenten, bankiers, kinderen en studenten hebben meegewandeld. Dat zou toch iets met een stad moeten doen? Wat is de waarde daarvan?
Caught in the App vertoont óók de rode draad van streven naar ‘mastery’
Met fotografisch onderzoek ‘Caught in the App’ wandelde ik een soortgelijk paadje af. Zelf verslaafd aan mijn telefoon, zelf proberen af te kicken, extra alert zijn op anderen die jouw gedrag (nog wel) vertonen, daar iets mee willen doen, het willen exposen, foto’s gaan maken, fotografisch onderzoek doen, in gesprek gaan met meer en meer en meer mensen, lezen, experts spreken, eigen verhaal aanscherpen, delen in de media, naar Arnhem, Utrecht, Amsterdam, Londen, het viraal zien gaan in internationale media, een TEDx-talk, een vervolg op scholen, leerlingen uitnodigen hun eigen fotografisch onderzoek te doen, docenten laten inhaken, brainstorms doen, het fiets-app-parcours ontwikkelen, hét Jeugdjournaal daarmee halen, een lijst suggesties publiceren voor scholen / jongeren, het smartphone-verbod op scholen helpen klaarzetten, en klaar en door.
En zo werkte ik de afgelopen jaren talloze onderwerpen, studies, opleidingen en onderzoeken af. Zodra ik het – voldoende – in de smiezen had en ik het had gedeeld, ging ik weer door. Het lijkt wel een rode draad…. mijn voortdurende neiging, drang om dingen die ik niet begrijp en wel belangrijk voelen, te willen uitpluizen en anderen mee te laten profiteren.
‘Je bent de Stadsbreier van Groningen.’
Met mijn werk adresseer ik, volgens Ronald, (naast individueel menselijk ongemak) de ‘kapotte delen van de stad, en de maatschappij’. Waar loopt het niet lekker? Waar stokt het? Ik stap erin, begin te wroeten en probeer het sociale weefsel te herstellen.
‘Je draait aan de schroefjes en boutjes van het sociale systeem als een soort loodgieter; eerder noemde jezelf al eens social engineer, maar dat klinkt te eng: je bent geen Josef Mengele. Je bent een soort stadsbreier, ja, dat ben je… je bent de Stadsbreier van Groningen. Daar zit je door de jaren heen aantoonbare, bewezen waarde.’
Hatsee. Amen. Aho! Dank, Ronald.
Waar waarde wordt gecreëerd, is mogelijk geld te halen. Waar véél waarde wordt gecreëerd én veel geld is, is het eenvoudigst een boterham te verdienen.
Mijn werk gaat eigenlijk altijd over grote, zware thema’s, waar uiteindelijk ook veel geld mee gemoeid is of raakt.
Beginnen bij de obvious drie…
Wie heeft er belang bij een verbetering van het sociale weefsel van de stad (en maatschappij)? Wie zijn de systeeminvesteerders, de ecosysteem sponsoren, de public patrons, of ankerinstituties van stad en ommeland? Econoom Ronald wijst direct naar de Gemeente, de Hanze en de RUG, de obvious drie. Zij betalen de rekeningen van de kapotte delen van de stad…
Dak– en thuislozen? Wethouder Inge Jongman noemde een jaar of vijf terug op een Collegetour, na ruggespraak met haar ambtenaren, een totaalbedrag van 100 miljoen. Ik schat in dat het nu tussen de 120 en 155 miljoen ligt, op een totaalbegroting van 1.4 miljard is dat best wat.
Smartphone-verslaving? Er zou maar zo een verband kunnen zijn met de immense depressie- en burn-out-piek die we ook in Groningen zien. Onder jongeren, studenten, ZZP-ers, medewerkers, wie niet? Ziekteverzuim, studenten die niet afstuderen, PhD’s die uiteindelijk toch niet promoveren… Ook hier: tientallen mil-joe-nen.
Mannen die niet bij hun verdriet kunnen? Ik zie wel verbanden met wat we (ongezond) ‘masculien gedrag’ noemen en wordt verheerlijkt met de hashtag #Manosphere en je de gevolgen van ziet in #MeToo, #Femicide en wat ik ‘donderen in plaats van regenen’ ben gaan noemen.
Wat is het waard om daar in de loop der jaren, elk jaar een heel klein zetje tegenaan te geven?
Pinda’s voor Ten Cate AKA een basisinkomen+
Gemiddeld over de afgelopen vijftien jaar had ik, doordat ik bewust koerste op ‘voldoende inkomen’, een gemiddelde maandomzet van € 2.865,-, wat netto ongeveer overeenkomt met wat we in Nederland een minimuminkomen noemen. Blijkbaar was dat voldoende om van rond te komen.
Iets meer zou evengoed wel fijner zijn.
Van € 3.000,- weet ik me al prima te redden. Met € 4.000,- zou ik ook nog af en toe een frisse laptop, camera en andere benodigde middelen kunnen aanschaffen, een opleiding doen en… een beetje sparen voor andere tijden / later.
Mij met zijn drieën sponsoren kost bijna niets, ‘pinda’s’ noemt Ronald het. Als alleen de gemeente Groningen zou instappen, praten we over € 1,- per ambtenaar, per maand.
En wie weet levert het wat op. Bijvoorbeeld dus een hersteld sociaal weefsel in de stad of… één uitgevallen medewerker per maand minder? Om die rekensom te maken hoef je geen econoom zijn.
De downside risks zijn nihil, en de upside risks mega, herinner ik me van eerdere gesprekken, toen Ronald economen-taal tegen me sprak.
Wie zou mijn stadsbreierij nog meer kunnen willen waarderen?
- Zorgverzekeraars met veel klanten in Groningen (die inzien dat wat we in Groningen leren ook relevant zou kunnen zijn voor elders)?
- Bedrijven die het goed met hun medewerkers en de wereld voor hebben?
- Zorginstellingen (of andere sociale ondernemingen) die misschien iets zouden kunnen leren van mijn sociale gepionier? Lessen delen zit me in de tenen. Ik deel graag.
- Mensen en fondsen die zich inzetten voor een gezonder verbonden wereld?
- …
Haakjes voor vervolgonderzoek. Wie zijn mijn soortgenoten?
‘Bestaan er “breiers in algemene dienst”? Hoe noemen die zich? Waar vind je ze? Lijkt het op een dominee, een journalist, een maatschappelijk werker?’ vraagt Ronald een paar dagen na ons gesprek, via mail.
Een tijd terug las ik het boek ‘Religie voor Atheïsten’ waarin Alain de Botton uitlegt wat de waarde van religie is en dat daar een gat is ontstaan sinds we niet meer naar de kerk gaan. Religie laat ons omgaan met verlies, pijn, verdriet, het lijden en verbindt. Exact waar mijn werk ook over gaat. Het lijkt me dus waardevol om het onderzoekspad langs het verdienmodel van de dominee, van de priester te volgen. Of van de monnik. Het dana– / donatie-model waar ik eerder indook, biedt misschien handvatten. Seriële micro-crowdfunding? Elke week zondag, bij de dienst, wat je kunt missen? Aflaten 2.0? 😉
Inderdaad is er ook de nodige overlap met het werk van een diepgraaf-journalist, zoals bij werkzaam bij Follow the Money. Dat werk bestaat niet uit stukjes tikken, maar uit wroeten en blijven wroeten, vastbijten, doorbijten en delen wat er bovenkomt. Ook daar zit een haakje voor vervolgonderzoek. Crowdfunding via leden. Overheidsgeld, zoals richting de Publieke Omroep. En ik bedenk me dat veel van mijn spinoffs van werk al in een krant of op TV belandden.
Mijn werk lijkt inderdaad ook veel op maatschappelijk werk, opbouwwerk en social work. Wat is het verdienmodel daar? Overheid? Fondsen zoals het Oranjefonds? Er is een groot verschil: mijn kern ligt bij wroeten, onderzoek doen, mastery. Het herstellen van het sociaal weefsel is een terugkerend gevolg, maar niet mijn doel of intentie. Mijn werk is onderzoekend van aard, niet therapeutisch. Ik bied geen hulp of beterschap, maar vindt het prachtig als er heling plaatsvindt.
Binnen de beeldende kunsten is er de stroming ‘Social Practice Art’ met in Nederland bekende namen als Jeanne van Heeswijk, Adelheid Roosen, Lotte van den Berg, Martijn Engelbregt, Tinkebell. Of natuurlijk mijn grote bron van inspiratie Joseph Beuys. Waar vonden en vinden zij hun pinda’s? Vaak is het een combinatie van werk (multiples) verkopen, giften, vaste supporters / mecenassen, subsidies en… een docentschap. Opmerkelijk is de principiële aversie tegen subsidies bij een aantal van hen.
In ons gesprek stipten we ook wetenschappers, academici aan. Hun kernproces bestaat ook uit wroeten en kennisdelen. Ook daar kan ik afkijken als het gaat om verdienmodellen, of… ik kan misschien een soort van aanstelling krijgen bij de RUG, Hanze of een andere academie. Grondlegger van de RUG, Ubbo Emmius, werd ooit naar Groningen gehaald door welgestelde boeren. Crowdfunding. Op naar een academie dus, op zijn minst voor vervolgonderzoek.
Niet met pensioen, beloofd, uit de grond van mijn diepe drijfveren
En nee, wees niet bang dat ik onder een steen ga zitten, pinda’s eten. Ik moet er niet aan denken.
I’ll wroet until I’m dead.
En wat ik oppik, leer, blijf ik delen.
Dat mag duidelijk zijn. Ik kan niet anders.
Stichting Rust in Uitvoering staat er klaar voor.
Koffie? Thee? Wandelen?
Dank! ♥️
Ritzo
Samenvatting van de transcript van het gesprek met Ronald door Gemini Notebook: Waardecreatie en de Maatschappelijke Praktijk van de “Stadsbreier”
Dit document biedt een overzicht van de inzichten en thema’s uit het gesprek tussen Ritzo en Ronald Mulder over waardecreatie, sociaal-artistiek onderzoek en de ontwikkeling van een duurzaam businessmodel voor een social practice artist.
Executive Summary
De kern van het onderzoek richt zich op de vraag hoe een onafhankelijk onderzoeker en kunstenaar anno 2026-2036 een basisinkomen kan genereren door zich volledig te wijden aan maatschappelijk relevante initiatieven. De essentie van deze praktijk ligt in een methodiek waarbij persoonlijke verwondering of frustratie (R=1) wordt omgezet in collectieve ervaringen (N=voldoende), wat leidt tot diepgaande sociale impact en gedragsverandering.
De belangrijkste conclusies zijn:
- Impact boven transactie: initiatieven zoals de “Daklozenwandelingen” hebben niet alleen direct inkomen gegenereerd voor gidsen (ca. € 50.000), maar ook het beleid van de gemeente Groningen beïnvloed en het empathisch vermogen van duizenden deelnemers vergroot.
- Methodiek van ‘Mastering’: De werkwijze kenmerkt zich door het volledig doorgronden van complexe systemen (dakloosheid, aandachtseconomie, rouw) door middel van zelfonderzoek en rapid prototyping.
- De “Stadsbreier”: Als toekomstig businessmodel wordt de rol van ‘Stadsbreier’ voorgesteld: een door lokale instituten (Gemeente, Rijksuniversiteit Groningen, Hanzehogeschool) gefinancierde positie die werkt aan het herstel van het sociale weefsel.
Kernmethodiek: Van Persoonlijke Fascinatie naar Sociaal Ecosysteem
De praktijk van de onderzoeker volgt een consistent patroon van waardecreatie, onafhankelijk van het specifieke onderwerp. Dit proces kan als volgt worden gestructureerd:
| Fase | Omschrijving | Doel |
| R=1 (De Onderzoeker) | Begint bij persoonlijke fascinatie, frustratie of een haakje in de eigen beleving. | Identificeren van een fundamentele vraag of maatschappelijk manco. |
| Experimenteren & Prototyping | Het uitproberen van vormen, zoals een handleiding, een wandeling of een app. | Zoeken naar een werkbare vorm voor de ervaring. |
| N=voldoende (De Groep) | Opschaling naar een groep mensen die een vergelijkbare ervaring ondergaan. | Versnellen van het leerproces door meervoudige input. |
| Open Source Delen | Het publiceren van methodieken (handleidingen, boeken) zonder strikte controle. | Mogelijk maken van mutatie en verspreiding in andere steden/contexten. |
Het concept van ‘Mastering’
Een cruciaal onderdeel van de methode is het diepgaand beheersen van gereedschappen en onderwerpen. Dit varieert van imkeren en programmeren tot aan ademhalingstechnieken en bushcraft. Het doel is niet per se om de top te bereiken, maar om het systeem dusdanig te begrijpen dat men de essentie ervan kan overdragen of bekritiseren.
Casestudy: “Gewoon een kop koffie” (Daklozenwandelingen)
Dit initiatief dient als het primaire bewijs van effectieve waardecreatie buiten de traditionele marktkaders.
- Ontstaan: Begon met een simpele interactie met een dakloze (Johnny) en de vraag: “Hoe kan ik jou echt helpen?”. Dit leidde tot een viraal gegane handleiding voor het drinken van koffie met daklozen.
- De Vorm: De “immersieve ervaring” waarbij een gids (dakloze) zijn levensverhaal vertelt tijdens een wandeling door de stad. Cruciaal was de prijsstelling: een tientje (cash), wat symbool staat voor radicale gelijkwaardigheid en professionele erkenning van de gids.
- Impactmeting:
- Directe waarde: Naar schatting 5.000 deelnemers en 14 gidsen. Ongeveer € 50.000 direct geïnvesteerd in mensen op en rond de straat van Groningen.
- Beleidsverandering: Deelname van raadsleden (waaronder de huidige wethouder) leidde tot een andere kijk op dakloosheid binnen de gemeentelijke politiek.
- Educatie: Jaarlijkse programma’s op scholen (zoals CSG Augustinus) waarbij leerlingen de wereld van de dakloosheid verkennen.
- Zelfrespect: De gidsen vonden niet alleen een inkomen, maar ook een podium en nieuwe sociale relaties.
Analyse van de Sociale Interventies
De initiatieven van de onderzoeker richten zich op de “kapotte” delen van de maatschappij en het menselijk ongemak.
Thema’s en Initiatieven
- Aandacht en Verslaving: De Caught in the App richtte zich op “telefoonzombies” en de onmogelijkheid om zonder afleiding met jezelf te zijn.
- Rouw en Verbinding: Het werk Holding Pain nodigt mannen uit om 18 minuten in stilte in een camera te kijken, gericht op het onderzoeken van verdriet en collectief trauma.
- Het Sociale Weefsel: De onderzoeker fungeert als een “Stadsbreier” die aan de “schroefjes en boutjes” van het sociale systeem draait om de verbinding te herstellen die voorheen door instituten zoals de kerk werd geboden.
Lokale Verankering
De kracht van het werk ligt in de geografische focus op Groningen. Door in een specifieke stad te “wroeten”, ontstaat er een netwerk van mensen die de methodiek begrijpen. Dit creëert een cumulatief effect: de stad verandert doordat duizenden bewoners anders zijn gaan kijken naar zaken als dakloosheid of digitale afhankelijkheid.
De Businesscase voor de Toekomst
De transitie naar een volledig gefaciliteerd onderzoekerschap vereist een verschuiving van incidentele opdrachten (zoals spreekbeurten) naar een structurele financiering van de artistieke praktijk.
Voorgesteld Model: De Stadsbreier van Groningen
- De Rol: Een creatieve, creërende antropoloog die het sociale weefsel van de stad versterkt door middel van interventies en onderzoek.
- Financiering: Een maandelijks basisbedrag (bijv. € 3.000) gefinancierd door een consortium van lokale stakeholders:
- De Gemeente Groningen
- De Rijksuniversiteit Groningen
- De Hanzehogeschool
- Rechtvaardiging: De kosten voor deze partijen zijn marginaal (“pinda’s”), terwijl de bewezen trackrecord (onderwijsprijzen, beleidsinvloed, sociale cohesie) een hoge maatschappelijke return on investment garandeert.
Significante Citaten
“Mijn werk begint altijd bij mijzelf. R=1 noem ik dat ook wel. Er is een haakje, en dan ga ik zelf lopen vrutten en ontstaat er een vorm.”
“Ik denk dat ik ongeveer € 50.000 heb geïnvesteerd in de Groningse drugs-scene. Eigenhandig. Wie doet me dat na?” (Met betrekking tot de inkomsten voor dakloze gidsen).
“Een boek schrijven is leerzamer dan het boek lezen. Je moet echt goed gaan begrijpen hoe zoiets werkt.”
“Ik heb een soort van natuurlijke afwijking om dingen uit te pluizen waar ik zelf mee worstel, die ik zelf nog niet begrijp. En als ik het in de smiezen heb, als ik het gemasterd heb, dan wil ik dat andere mensen dat ook begrijpen.”
“Je knutselt aan het sociale weefsel. Je bent een stadsbreier. De stadsbreier van Groningen.”
Koningin van Social Practice Art in de lage landen, Jeanne van Heeswijk werkt vaak jarenlang ingebed in wijken om samen met bewoners lokale productie, markten en maatschappelijke ecosystemen op te zetten. Ze haalt substantiële langdurige subsidies op bij internationale kunstfondsen en gebruikt die financiering als vliegwiel om infrastructuur te bouwen die na haar vertrek zelfstandig kan doordraaien op eigen opbrengsten.