[versie 1.02b – om als inhoudelijke toelichting mee te gaan met een aanvraag bij onder andere Behringer Hazewinkel – tot stand gekomen dankzij mee– en tegendenken van Robert Jan Verhagen, Ronald Mulder, Eva Hund, Leonie Bais, Judith Smits, Rianne Wubs, Gea Schenk… 💚 ]
[Lees je liever een Google Doc, waarin je ook meteen de allerlaatste aanpassingen kunt zien en zelf meteen kunt reageren? Dat kan hier. Welkom!]
In 2015 overleed mijn moeder – een dag voor haar verjaardag, plots, zomaar ineens. De enorme bos rozen die ik ook dit jaar al had gekocht, belandden op de kist. Het maakte pijnlijk misselijk. Misschien wel tweehonderd mensen zouden komen condoleren, zoals dat in Drenthe gaat. In plaats van dat het één lang dramatisch verplicht nummer werd, werd het twee uur lang vastgehouden worden – en snikken, huilen, janken, helen. Na afloop schaamden we ons een beetje, omdat we ons zo vrolijk en zelfs wat jolig voelden.
Oude rituelen – waar we ze nog niet zijn kwijtgeraakt – laten ons omgaan met leed, verlies en verbinden. Waar gaten zijn gevallen is het aan ons, sociaal kunstenaars, om werk te maken. Juist in tijden dat er wereldwijd én in de nabijheid zoveel leed is en verbinding vaak ver te zoeken is.
Holding Pain is een (digitaal sjamanistisch) fotografisch onderzoek naar nieuwe rituelen om om te gaan met leed en verbinding.
Hoe kunnen mannen hun verdriet vasthouden, om het daarna misschien los te laten?
Hoe laat je het zacht regenen in plaats van dat je donder en bliksem laat opbouwen?
Hoe breng je rust in plaats van dat je naar de alcohol, drugs, je smartphone of werk grijpt?
Wie verbinding zoekt, komt blokkades tegen.
Raakvlakken met de Fluxus-beweging zijn evident. Waar makers als Wolf Vostell, Joseph Beuys en Yoko Ono werkten met het leed van de wereldoorlogen, reageer ik op de globale massive cluster-fuck die nu, terwijl ik dit typ, aan het ontstaan is en waar we massaal buikpijn van zouden hebben, als we ons niet zo massaal zouden laten verdoven, zoals de Duits-Koreaanse filosoof Byung Chul Han beschrijft in zijn boek ‘De Palliatieve Maatschappij’. In plaats van de monsters aan te kijken, lijden we massaal aan een algofobie (angst voor pijn) en leven we in wat hij een permanente anesthesie noemt, waardoor we nog verder wegdrijven van een gezonde omgang ermee… ‘Pijn is zijn,’ schrijft hij, voortbordurend op Nietzsche’s ‘Zonder lijden, geen geluk.’
Vanaf 2020 werk ik aan de ontwikkeling van een ritueel om mannen naar hun verdriet te laten gaan, waarin ik ze 18 minuten lang – in stilte – in mijn fotocamera laat kijken om ze vervolgens de weken, maanden, jaren erna uit te nodigen om te delen wat er te delen valt, met naasten, met vrienden en familie, met elkaar om het uiteindelijk ook bloot te stellen in de exposering What Remains of Holding Pain. Ik zie een Palace of Pain of Hall of Pain voor me waar we pijn, verdriet, trauma niet wegstoppen maar op een altaar plaatsen, als heilig, helend stof zien, en het bijvoorbeeld voor een week laten samenkomen. Deelnemers hebben hun foto’s achtergelaten, een gesloten envelop, een jampot met resten van tot prop gemaakt, verbrand papier. Misschien kun je een audio-sculptuur instappen waar je kunt luisteren naar wat er kwam in nagesprekken. Misschien doen we samen een non-performance waarin we naar ons verdriet gaan, de pijn voelen om het uit te kotsen. De exposering wordt een social sculpture, gemaakt met en voor iedereen met wie verdriet resoneert.
Sinds begin 2026 word ik ondersteund door NP3, en heb ik een uitnodiging van het Grand Theatre, Artphy (Onstwedde) en stichting Oude Groninger Kerken om samenwerkingen te verkennen. Ik zie ook raakvlakken met de artistieke koers van Roos Gortzak, het Groninger Museum en Wall House #2.
Het prototype van het totaal-werk ontwikkel, maak en test ik in Groningen, mét Groningen. De werkwijze expliciteer ik in open source scripts, deel ik online en via lezingen, college, les en interviews, om het werk vervolgens ook – met of decentraal, zonder mij – werking te laten hebben op plekken waar het leed nog meer nabij is dan in ons mooie kleine stadje.
Voor het samen met deelnemers ontwikkelen en maken van de eerste exposering (najaar 2027, ik mik op de laatste week van september) en open source maken en delen, vraag ik financiële support. Omdat mijn praktijk met hoofd, buik, handen en voeten in het post-Industriële, digitale tijdperk beweegt en daar andere (organisatorische, bedrijfseconomische paradigma’s) werken, neem ik jullie – op suggestie van jullie directeur Dirk-Jan Visser – ook mee in dat deel van het experiment en de inhoud; mijn praktijk barst van het agile / lean-startup- / bootstrapping-denken. Zie het als een uitnodiging om multi-layer samen te leren! En ja, het is nogal veel. Vergeef me mijn enthousiasme.
Welkom in dit meervoudig experimenteel veld 😉
Lees lekker. En/of nodig me uit om me de kleren van het lijf te vragen. Is er iets onduidelijk? Mist er iets? Vraag gerust. Ik geloof in interactie, uitwisseling, in Q&A, in iteratie. Ik ben graag een open boek, ook voor jullie.
Dank voor jullie aandacht en ondersteuning.
Ritzo – Rust, in Uitvoering.
Meer over mij en mijn werk: https://ritzotencate.com/
Meer over de stichting Rust in Uitvoering: https://rustinuitvoering.nl/
De publieke basistekst over Holding Pain: https://ritzotencate.com/project/holding-pain/
De logica achter Holding Pain
“Pain does not want to be healed. It wants to be held,” zegt Jeff Foster.
Holding Pain is een door mij, social practice artist Ritzo ten Cate, geïnitieerd doorlopend digitaal sjamanistisch, fotografisch ritueel onderzoek naar onze omgang met pijn, verdriet, angst, de monsters die tot ons komen, wanneer je verstilt. Een voor-vorm ontstond al in 2020, bij toeval, als serendipiteuze vondst, tussen mij en een vriend die nogal verdrietig op me overkwam en eindigt wat mij betreft nog lang niet, in zekere zin zelfs nooit, zoals al mijn werk ontstaat, groeit en maar blijft doorwoekeren – vaak zelfs buiten mijzelf om. Mijn werk begint, omdat ik – letterlijk – niet wegkijk, niet doorloop, maar even vertraag en er ruimte ontstaat voor wat er knaagt en zich in de pas van de ontdekking, met nog meer vertraging, iets kan vormen. De werkvorm, de methode, expliciteer ik en geef ik ook nu vrij in handleidingen, scripts, scores, lezingen, colleges, interviews, zodat het werk, decentraal, open source, ook zonder mij verder kan.
Het 1-op-1 ritueel met Groninger mannen
Met Holding Pain nodig ik gewone Groninger mannen uit om naar hun verdriet te gaan om vervolgens 18 minuten lang – op een voor hen betekenisvolle plek in de natuur – in stilte in mijn digitale (mechanische) spiegelreflex fotocamera te kijken. Na afloop van het ritueel ontvangen ze vijf tot tien foto’s (digitaal) van me waarmee zij mogen doen wat ze willen en ik niets meer; ik doe afstand, van de bestanden en van de rechten (het is onderdeel van mijn belofte van radicale veiligheid die nodig is om het werk te kunnen maken). De dagen, weken, maanden erna blijf ik ze uitnodigen aandacht te maken voor de beelden en ze te bekijken, te delen met naasten, met anderen, met de wereld. In de donkere maanden van 2024 vond het eerste geregisseerde ritueel plaats, ondertussen – in twee seizoenen – namen twintig mannen deel. De meeste van hen bekeken de foto’s eerst op hun telefoon, om het vervolgens ook op een groter scherm aan te gaan, via prints, met hun geliefden, met kinderen, met meer mensen. Eén van hen, onderging het ritueel tweemaal en heeft interesse getoond in een derde ronde.
Collectieve verdieping: ‘Holding Pain Together’
Elk voorjaar nodig ik de deelnemers uit samen te komen voor Holding Pain Together, waarbij ik ze uitnodig te delen wat er te delen valt. Dat begint elke keer vanuit stilte, minimaal, beschrijvend en voorzichtig, totdat één van hen het aandurft om de foto’s in de kring te leggen, waarna de anderen volgen, brieven aan henzelf worden voorgelezen, tranen stromen en het vasthouden van verdriet universeel blijkt en het aandacht geven en laten stromen in veiligheid niet zo moeilijk en eigenlijk zelfs wel plezierig, opluchtend, helend. Tada!
De overgang naar de exposering, de sociale sculptuur ‘What Remains’
Gedurende het proces geeft het merendeel me iets terug. Geprinte foto’s, de digitale bestanden, woorden, stilte en/of klanken in een nagesprek (opgenomen op audio), wat uiteindelijk allemaal mag samenkomen tot de ‘exposering’ What Remains of Holding Pain, waarbij wat nog over is blootgesteld mag worden aan een publiekere groep mensen en het universum en zo individueel verdriet, collectief heeft mogen worden en uiteindelijk universeel. Wat zich heeft vastgezet, mag zijn opgelost, terug opgegaan in het de kosmos (zoals deelnemer Rico het beschreef).
Nadrukkelijk gebruik ik de termen ‘exposering’ en ‘publieker’ en niet ‘expositie’ en ‘publiek’. De exposering (een social sculpture, in de geest van Joseph Beuys) maak ik samen met en voor de deelnemers, niet gericht op, geoptimaliseerd voor een algemeen publiek. De publiekere groep mensen, die de exposering bezoekt, neemt zelf ook deel. Holding Pain verbindt met iedereen, om zo een ‘gewone omgang’ met verdriet te voeden of misschien zelfs te normaliseren. Wat overblijft, bijvoorbeeld de foto’s of een audio-sculptuur, zie ik als een residu, waarvan niets voor eeuwig in tact hoeft te blijven. Ook dit mag vergaan. Overigens wil ik – als onderdeel van de exposering – ook experimenteren met een blootstelling in de echt publieke ruimte, bijvoorbeeld op driehoeksborden, in abri’s, op LED-schermen, of op zijn minst bij eMMa (in beheer bij NP3).
De rol van de natuur en de kunsthistorische inbedding
De natuur vormt ook bij Holding Pain een belangrijke pijler in mijn werk. Zo nodig ik in de één-op-één rituelen de elementen – in lijn met de agent-network theorie van Bruno Latour én sjamanistisch werk – nadrukkelijk uit aanwezig te zijn en biedt een oude eik een safe space, krijgt een langsvliegende vogel betekenis en… begon het bij één van de deelnemers te regenen op exact het moment dat zijn tranen begonnen te stromen. Bovendien volgt het jaar van het werk, het natuurlijke verloop van de seizoenen. De natuur is er, altijd, overal.
‘Overeenkomsten met Fluxus zijn evident,’ aldus onafhankelijk curator en coach Robert Jan Verhagen. Waarmee hij mijn werk plaatst in het veld van bijvoorbeeld Joseph Beuys en indirect verbindt met de somatische endurance art van Marina Abramović. In Nederlandse context zie ik veel raakvlak met de social practice art van Jeanne van Heeswijk, Adelheid Roosen en Lotte van den Berg (met wie ik meermaals samenwerkte).
Psychosomatische werking en radicale veiligheid
Holding Pain heeft nadrukkelijk geen therapeutische intentie, maar blijkt die werking voor velen wél te hebben. ‘Pain does not want to be healed,’ zegt Jeff Foster, ‘it wants to be held.’ Met Holding Pain maken we met rust aandacht voor verdriet, pijn, waar je eigenlijk bij vandaan wilt blijven. Door gedurende langere tijd, in radicale veiligheid, in de nabijheid ervan te zijn, leer je er comfortabel mee worden, leer je het begrijpen en heelt het, stapje voor stapje. Of niet. ‘Het is slechts kunst, het is maar een spelletje. Je kunt en mag er op elk moment uitstappen,’ stel ik de deelnemers gerust. Radicale veiligheid vormt ook in Holding Pain een essentiële bouwsteen in mijn werk.
Wereldwijd vooraanstaande psychotherapeuten als Bessel van der Kolk, Peter Levine en Gabor Maté zijn het erover eens dat ‘the body keeps the score’: trauma, overweldigende ervaringen, pijn, verdriet, worden ook en misschien wel vooral in je lichaam vastgezet, met name in je bindweefsel, spieren, organen, het microbioom. Rondom de 18 minuten in de natuur begeleid ik de deelnemers daar met meditatie– en ademhalingsoefeningen naartoe en voorbij, zodat er processen op gang komen die door hen transformatief worden genoemd. Samen gaan we met aandacht, in alle veiligheid, toe naar waar je liever bij vandaan blijft om het bewust – als het klaar is – met aandacht los te laten (of dus nog niet). De residuen van het proces (bijvoorbeeld de foto’s, audio-opnames en wat meer mag ontstaan) vormen samen met en zonder de aanwezigheid van de deelnemers wat ik ‘content voor hart en de onderbuik’ noem en zijn daarmee voor mensen (in de stad en wereld) die er mee in aanraking komen een uitnodiging om ook naar hun eigen pijn te gaan. De wederzijdse blootstelling van residuen en naasten en bezoekers brengt een tweede golf van een psychosomatisch proces op gang, die al leidde tot het zelf ook willen ondergaan van Holding Pain. Deelnemers sleuren meer deelnemers mee.
Kennisdeling en iteratieve ontwikkeling
Met al mijn werk nodig ik anderen, ook andere makers, maar vaak ook docenten of in dit geval bijvoorbeeld coaches en therapeuten en jongeren, uit opvolging te geven aan mijn onderzoek. Al mijn werk documenteer en deel ik in open source scripts zodat iedereen bij wie het resoneert, kan reflecteren, er zelf mee verder kan en het werk verder komt. Ook organiseer ik ‘open lab bijeenkomsten’ die gericht zijn op het overdragen van de opgedane inzichten en geef ik colleges, lezingen en performative lectures en interviews (doorgaans ook in online of traditionele landelijke en internationale media), zodat een dergelijke omgang met onze demonen een gewoonte mag worden in plaats van al het gedonder, gebliksem en gedoe wat vanuit ons ego zo vaak naar buiten klapt.
Holding Pain begint elk seizoen eind oktober met de invididele rituelen in de vier donkere maanden (oktober tot en met februari) van het jaar. In elk voorjaar mag het naar buiten komen in Holding Pain Together – een bijeenkomst waarin gedeeld mag worden wat er te delen is. In het seizoen 2024-25 (versie 0.8) hield het proces na de deling op en werd duidelijk dat er een einde ontbrak. In 2025-26 (versie 0.9) onderzoek ik verschillende vormen van ‘What Remains (of Holding Pain)’ om in 2026-27 (met versie 1.0) het onderzoek met gewone Groninger mannen af te ronden. De beperking tot Groninger mannen ontstond overigens proefondervindelijk, evenals de bewuste keuze voor 18 minuten. ‘Wat werkt?’ is een leidende vraag in mijn werk. Daarbij verfijn ik – falsificerend – de basis-hypothese door bewust fouten te maken. Bovendien probeer ik het daarbij voortdurend moeilijker te maken voor mezelf. Het begon met een goede vriend, die ik door en door ken. In het tweede seizoen zat ik tegenover totaal onbekenden, die ik pas op weg naar het bos, voor het eerst in levende lijve trof. In de derde run zie ik uit naar mannen, die qua culturele achtergrond ver van me afstaan. Na Groningen, zou ik graag naar een plek gaan waar taal een barrière vormt en de pijn nog meer aan het oppervlak ligt. En misschien kan een vrouwelijke maker het herhaaldelijk verzoek van vrouwen om deel te nemen beantwoorden met haar eigen onderzoek.
Met de vorm van exposering wil ik in september 2026 voor het eerst experimenteren, een eerste schets maken, zodat er in het najaar van 2027 een volwaardige exposering kan plaatsvinden, bijvoorbeeld in wat ik vooralsnog een Palace of Pain of Hall of Pain noem. Tot dusver heb ik bij een ‘open lab’ bij NP3 aan de Hofstraat (op 29 maart ‘26) al geleerd dat het afspelen van fragmenten uit een audio-opname van retrospectieve nagesprekken een waardevolle aanvulling vormen op het bekijken van de foto’s. Ik speel met de gedachte om in een collectieve performance samen met de bezoekers naar het verdriet te gaan. Ik heb een uitnodiging van NP3, Artphy (Onstwedde), het Grand Theatre en stichting Oude Groninger Kerken om te komen onderzoeken. Het idee om foto’s bloot te stellen via driehoeksborden, abri’s en LED-schermen vind ik het verkennen waard – niet als publiciteitsstunt, maar als onderdeel van de werking van het werk. En zoals gezegd: NP3 beheert ook de Rem Koolhaas video-installatie-bushalte eMMa – op het Emmaplein.
Holding Pain begint individueel en privaat en ontwikkelt zich zo in een jaar en drie jaar tijd tot een sociale sculptuur in de stad. Van intiem psychosomatisch werk naar een groot sociaal publieker werk. Als bezoeker kom je niet binnen om slechts wat rond te kijken en luisteren, maar je stapt aan boord, gaat meemaken. Waar Marina Abramović ‘The Artist is Present’ (in MoMA) maakte, breng ik dat met ‘Everyone is an Artist’ van Joseph Beuys tot ‘Every Visitor is Present’.
Ook bij de Kunstraad vraag ik support aan voor de ‘eind-exposering’ voor Groningen, What Remains of Holding Pain, het deel dat ik nieuw aan het werk ga toevoegen. Het werk dat ik maakte (en de komende maanden nog ga maken) zie ik als vooronderzoek, zoals ik al mijn eerdere werk zie als vooronderzoek. De exposering is nieuw voor Holding Pain én voor mij als kunstenaar. Nog nooit exposeerde ik of maakte ik een op zich staande publieksvorm.
Digitale gereedschappen en de Nieuwe Renaissance
Als erg vroeg kind van het digitale tijdperk (in 1985 kreeg ik mijn eerste computer) zijn digitale middelen vanzelfsprekend voor me, ik ben er mee vergroeid, ik lééf in de digitale revolutie, de Nieuwe Renaissance. Digitale middelen, waaronder het internet, zie ik als gereedschap, in Holding Pain zelfs als natuurlijk sjamanistisch ritueel instrument. De digitale laag in de samenleving is voor mij dan ook niet iets extra’s maar zie ik eenvoudigweg als een laag waarin elementen, ook mensen, met elkaar uitwisselen, als onderdeeltjes (en heeltjes) van het universum. Zo gebruik ik een digitale (mechanische) spiegelreflexcamera om een doorsnede van plaats, tijd, actie en energie in een foto te vangen, wat ik digitaal bewerk en verspreid om het uiteindelijk te laten vergaan als digital waste material.
Breken met industriële paradigma’s
Het industriële tijdperk ging over standaarden, doelen stellen, plannen, budgetteren, effectiviteit, efficiency, controle, bedrijfskunde, modellen, afrekenen, de kop eraf als je het niet haalde, heel patriarchisch allemaal, waar ik van nature verre van bij uit de buurt blijf. Als digital native groeide ik op met connectivity, open source, overvloed, rapid prototyping, bootstrapping, crowdfunding, agile, lean-startup denken. Vol vertrouwen, op basis van positieve en soms negatieve feedback, kleine pasjes maken, dansen, korte sprints in plaats van grote projectplannen schrijven waar je op voorhand al van weet dat je het vooral voor je docent, je manager of een ambtenaar schrijft, omdat ze zodra je de horizon over bent toch al weer achterhaald zijn of überhaupt niet passend zouden zijn geweest. In plaats van grote doelen stellen, die je toch gaat missen, van moment tot moment, aandachtsvol bewegen. Wat werkt? Wat is nu – waarschijnlijk – de meest waardevolle richting om naartoe te bewegen? Snel veel leren en altijd relevant proberen te zijn.
Ik blijf – als het enigszins kan – dan ook ver weg van het woord ‘project’. Ik spreek liever van initiatieven, bewegingen en onderzoeken, die ik begin en niet per se beëindig, want waarom zou je ver voordat je gaat bewegen afspreken wanneer je gaat stoppen? Het sprinten van 100 meter zie ik als een prachtige kunst, maar volkomen nutteloos als je een konijn probeert te vangen of zelf bejaagd wordt door een tijger. Projecten zijn daarmee per definitie – onnodig, contra-experimenteel – beperkt en beperkend, in doelen, randvoorwaarden, budgetten. Deze complexe hoog-dynamische tijd vraagt om radicaal experiment, spel, kunst in zijn meest elementaire, organische vorm, en dus geen vernieuwende voorstellingen in de schouwburg of foto’s die je – heel innovatief – met een extra augmented reality laag kunt vertonen. Nieuwe paradigma’s. Revolutie. Artistiek, maar ook businesswise, aan de ondernemerskant. Kunnen we de (stapels) A4’tjes sowieso achterlaten in het industriële tijdperk? Mijn aanvraag bij jullie mogen jullie dan ook – mede op suggestie van jullie directeur, Dirk-Jan Visser – opvatten als een uitnodiging voor algeheel experiment, ook aan jullie. Sorry 😉
Prototyping, caleidoscopische praktijk en financiering
Prototyping is een wezenlijk onderdeel van mijn werkmethode, die vanzelfsprekend voor me werd toen ik in de jaren ‘90 professioneel software leerde ontwikkelen en later verschillende startups en initiatieven de wereld in bracht. Fail fast, learn fast. De eerste vonk voor een werk begint altijd bij mezelf, in dit geval mijn eigen omgang met verdriet na het overlijden van mijn moeder. Ritzo = 1. R = 1. Waarna ik tot een vorm voor, met anderen kom en van N = 1 naar N = voldoende ga om de hypothese te hebben uitgespeeld om uiteindelijk klaar te zijn met het werk. Gedurende de onderzoeken ga ik op zoek naar andere makers (in dit geval andere kunstenaars, ritueel werkers, coaches, therapeuten, docenten, jongeren) met wie ik ruimhartig open source deel om samen verder te komen en tot Other = R te komen en ikzelf overbodig word en verder kan met ander, opvolgend werk. De eerste vorm van een werk (versie 0.1) ontstaat doorgaans op serendipiteuze wijze, waarna ik bewust tot doorontwikkelingen kom en er een werkende vorm ontstaat. Zo ontstond Holding Pain (0.1 – ik noemde het ‘Let it Come’) al in januari 2020 en ontwikkelde ik het vanaf 2024 voort tot een werkproces van een jaar, wat in september 2027 voor het eerst tot een full circle mag komen met een eerste exposering, om daarna elders, in een ander knooppunt van plaats, tijd, groep deelnemers verder mag. In Leeuwarden? In Oekraïne? In Finland? In Gaza? In… Japan? Nadrukkelijk heb ik voor de eerste drie seizoenen gekozen voor regio stad Groningen, zodat ik snel kon leren, met minimale investeringen, zonder veel kilometers te maken.
Mijn onderzoek is fundamenteel multidisciplinair, interdisciplinair, extra-disciplinair zelfs. New boundaries, no boundaries. Niet mixed art, maar zelfs out of art. Niet ambachtelijk en braaf binnen de lijntjes kleuren, langs de stippellijn lopen, maar alles met alles combineren – wat maar werkt, de nieuwsgierigheid, de relevantie achterna. Onafhankelijk curator en coach Robert Jan Verhagen beschreef mijn praktijk daarmee als caleidoscopisch. Ik dans bijvoorbeeld tussen fotografie en martial arts, theater en sjamanisme, bushcraft en biohacking, wat ik op onder andere Youtube en Masterclass.com leerde van de besten ter wereld of in in fysieke nabijheid van meesters met wie ik vaak langere tijd als gezel optrok om elkaar vaak wederzijds te inspireren. De wereld mede door het internet bleek nabij. Ik werkte nauw samen met theatermakers Lotte van den Berg, Ola Mafaalani, Ko van den Bosch en haalde cruciale kennis bij bijvoorbeeld Kasper van der Meulen (adem– en lichaamswerk), René Nauta en Beke Olbers (bushcraft) en Daan van Kampenhout (systemische rituelen en sjamanisme). En sinds het uitkomen van mijn debuutroman (Donkerder) in 2020 ben ik Noordwoord Talent en kwam ik met literair redacteur Jelte Nieuwenhuis tot een heuse versie 2.0. Noem het learning while doing, meester-gezel of (deels) autodidact. Waar mogelijk werk ik samen met wetenschappers of andere autoriteiten, want ik werk graag vanuit een doorwrochte, degelijke kennisbasis, die vaak science based of als het enigszins kan science informed is.
Vanuit het agile / lean-startup- / bootstrapping-denken (waar je trouwens avant la lettre al veel vooruit-ziet bij Fluxus) leerde ik zonder grote begrotingen te werken, maar eigenlijk oud-Hollandsch te roeien met de riemen die je – van moment tot moment – hebt of, die je mag gebruiken of weet dat ze ergens beschikbaar zijn. Elke sprint ga je nieuwsgierig in gesprek met eindgebruikers en bespreek je je koers in alle openheid en kwetsbaarheid met betrokken investeerders, zodat je niet – in luxe – gaat zwemmen in anonieme miljoenen (die in het ergste geval ook nog voor het einde van het jaar op moeten), om zo an airplane te bouwen while flying (of een onderzeeër, als dat gaandeweg waardevoller lijkt) en je geen Boeing 777.777 bouwt, waar je ook permanent in luxe, in kunt wonen, ook onder water, mét infinity pool, mét open air bioscoop, mét voetmassage… Niet uitgaan van dat er toch wel geld is en je maar gewoon door-maakt, maar vanuit gezonde – bewust gekozen, afgestemde – zuinigheid, vanuit vertrouwen in een ergens aanwezige overvloed. Van weten dat het – in verbinding – wel goed komt, zodat je – antifragiel vanuit het proces – continu op zoek kunt naar wat het meest waardevolle is en niet najaagt wat je vooraf – met zogenaamde gatekeepers – hebt afgesproken. In deze radicale vrijheid ontstaat het meest relevante werk dat ik maar kan maken en ontstaat wat ik minimum viable art noem. Mooi genoeg is goed genoeg. Functionaliteit boven onnodige esthetiek. Perfectie, alle aandacht, zit ín het spel, in het experimentele proces, in de social practice.
Om iets te hebben om met investeerders in gesprek te kunnen, heb ik op basis van fair pay wel een degelijke ‘klassieke’ begroting opgesteld (die is goedgekeurd door de Raad van Toezicht van mijn stichting). Maar in alle eerlijkheid: hoezeer ik ook voor een eerlijke waardering van (ook) kunstenaars ben, ik zou me ongemakkelijk voelen met een vergoeding die resulteert uit het vermenigvuldigen van mijn reëel begrote uren en een uurtarief van € 80,-. Ik hoef geen riant maandsalaris, zoals een docent bij de Hanze of een senior ambtenaar bij de Gemeente Groningen. Genoeg is genoeg: de afgelopen vijftien jaar kwam ik rond van een gemiddelde maandomzet van € 2.865,-, wat netto effectief ongeveer overeenkomt met wat we in Nederland een sociaal minimuminkomen noemen.
Dat gezegd hebbende vraag ik bij jullie de maximale € 20.000,- aan om (ook) aan jullie te laten hoeveel je wilt doneren, of investeren.
Zie het als een uitnodiging om als mens in gesprek te gaan, in samenspel te gaan en de formulieren, spreadsheets en technocratische krampachtigheid achter ons te laten.
Ook zonder een bijdrage van jullie gaat dit werk, in minimale vorm, gemaakt worden; we hacken het wel weer in geld of natura bij elkaar. Dát is het dekkingsplan. En weet: meer in de buurt van de 20k is beter. Dat zou ik zien als een uiting van vertrouwen. Want liever besteed ik mijn tijd vanzelfsprekend aan mooi waardevol werk maken dan me druk maken over het regelen van een basisinkomen.
Dank alvast.
En uiteraard vraag ik ook support aan bij onder andere Behringer Hazewinkel, het Mondriaan Fonds, Rabobank (Coöperatief Dividend), Fonds ZOZ en heel misschien bij de Vriendenloterij (maar principieel vind ik de verbinding met gokken en de verslaving, die fundamenteel én vooral door hun werkwijze op de loer ligt, ingewikkeld).
Vrijgevigheid, Dana en het verdienmodel
Van jongs af aan heb ik geleerd te geven en te ontvangen, van waarde te zijn en daar iets waardevols voor terug te krijgen. Vroeger als vanzelfsprekende noaberschap of als heitje voor een karweitje, tegenwoordig steeds meer op basis van vrijgevigheid, beoefening van dana, zoals de boeddhisten het noemen. Zo deel ik bij Holding Pain op voorhand met de deelnemers dat ik een jaar na deelname om een donatie ga vragen, waarvoor ik sinds maart 2026 ook een stichting heb ingericht (Rust in Uitvoering), die hopelijk binnenkort Culturele ANBI mag worden – fiscus volente. Iemand met beperkte middelen heeft zo de ruimte om me – zonder verdere toelichting – te bedanken terwijl iemand met meer financiële overvloed me een paar duizend euro kan schenken en daarmee deelname voor een volgende deelnemer (en mijn werk in het algemeen) mogelijk kan maken. Donate it forward, noem ik het. Om zo mijn werk in zijn volledigheid beschikbaar te maken voor iedereen die latente interesse heeft – ook mensen die geen idee hebben wat ze kunnen verwachten van kunst of wat het waard zou kunnen zijn. Art to the people (het thema van Noorderzon 2026), maar dan ook zonder bij de ingang een drempel op te werpen, door kaartjes te verkopen; ik kán dus ook geen ticketverkoopdoelen stellen. Inspiratie haalde ik uit het zelf beoefenen van dana, vrijgevigheid waar je het werk van monniken mee kunt faciliteren en het ook laagdrempelig toegankelijk kan worden, voor de allerarmsten en meest behoeftigen. Aan Holding Pain nam ook al iemand deel die ik ken ‘van de straat’ en die mij wel eens om geld, voor onderdak, heeft gevraagd.
Ook nodig ik mensen, bedrijven en fondsen in het algemeen uit me financieel te ondersteunen. Niet voorwaardelijk of ik waarmaak wat we hebben afgesproken, maar op basis van gunnen, in eerder werk geleverde waarde of op basis van vertrouwen in mij als mens, maker, mijn kunnen, mijn nieuwsgierigheid, mijn intrinsieke drive om al-tijd moois en nuttigs te willen maken waar de wereld leuker, blijer, mooier en meer verbonden van wordt. Vertrouwen in plaats van controle. Zacht in plaats van hard. Juist zodat ik nog meer kan doen, wat écht waardevol is en ik niet vastzit aan nonsense afvinklijstjes.
Sinds mijn entree in de kunsten, in 2010 bij het Noord Nederlands Toneel, heb ik autonoom werk gemaakt, onderzoek gedaan, zonder mijn best te doen er betaald voor te krijgen. Soms mocht ik een factuur sturen, een aantal mensen en bedrijven ondersteunde me financieel, maar het grootste deel van mijn inkomsten haalde ik uit werk in opdracht, vooral op het vlak van meeting en social design en ik gaf tientallen lezingen, colleges, performative talks en les.
Met Holding Pain wil ik verder opschuiven naar autonoom werk, zodat ik ook andere inkomstenbronnen moet aanwenden. Het experiment, het onderzoek speelt zich dus ook af op het vlak van inkomensmodellen en bedrijfsvoering, waarover ik uiteraard ook ruimschoots – open source – ga delen, in blogs, interviews, lezingen, colleges, handleidingen, wat maar relevant blijkt.
Tenslotte wil ik benadrukken dat ik op verschillende manieren financiële ondersteuning kan ontvangen: 1. als natuurlijke persoon, 2. als BTW-plichtige eenmanszaak (Ritzo ten Cate) en 3. via de stichting Rust in Uitvoering (hopelijk binnenkort Culturele ANBI) waar ik onbezoldigd directeur-bestuurder van ben en vanuit mijn eenmanszaak fair pay (voor ‘26–’27 gesteld op € 80,- per uur) aan factureer. Ik sta open voor alle wegen en heb uiteraard een voorkeur voor zo weinig mogelijk verlies van middelen.
Vragen? Vragen. Daar ontstaat het constructieve gesprek en samenwerking.
Ik hoor graag van jullie.
Rust. Aandacht. Liefde.
Nogmaals dank.
Ritzo
Wat is het plan? / Planning
Vooraf: de 1-op-1 rituelen van 21 oktober tot en met 21 februari (vooronderzoek – uitgevoerd, zoals met al 20 voorgangers in 2024-25-26)
Over een paar weken begin ik weer met de 1-op-1 rituelen. Per jaar heb ik ruimte voor 15 deelnemers. Elke week probeer ik één deelnemer te plannen. Deelnemers komen tot me via via, via mijn blog, via socials of omdat ik ze op straat aanspreek.
Voorafgaand krijgen ze een zeer uitgebreide mail van me, met heel veel details over het totaalproces. Ook over hun verantwoordelijkheden en mijn plek in het proces, over veiligheid, over rechten, over donaties. Alles wat ze vooraf moeten weten. Deze mail is de afgelopen twee seizoenen, along the way, ontstaan en zal doorontwikkelen.
We doen een uitgebreid voorgesprek, telefonisch of face-to-face. We spreken voor, kiezen een plek, een moment. We wisselen uit.
Op de avond voorafgaand aan het ritueel nodig ik ze via SMS uit een brief aan zichzelf te schrijven en die ook op de brievenbus te doen (of mee te nemen, zodat we het samen kunnen doen, voor het ritueel).
We gaan naar het bos. Ik rij. We gaan naar de plek. We maken een safe space.
(bijna alle voor eerdere deelnemers betekenisvolle plekken voor een 1-op-1 ritueel)
We doen het ritueel. Dat duurt al met al ongeveer twee uur. De kern bestaat uit de 18 minuten tegenover elkaar, in stilte.
Na afloop doen we wat nodig is en wandelen we terug naar mijn busje, om terug te gaan.
We bellen.
Ik selecteer foto’s, bewerk, selecteer verder en deel. Zodra de foto’s goed zijn aangekomen verwijder ik ze van mijn media.
We bellen. We treffen. We doen wat nodig is. Ik nodig uit te kijken, de foto’s af te drukken, ze te delen.
Er gaan dagen, weken, maanden voorbij. We houden contact.
DAN (waar ik voor aanvraag): van individueel ritueel naar sociale sculptuur
Vanaf 1 januari 2027 ga ik werken aan de voorbereiding van de eerste ‘exposering’. Hoe zie ik dat voor me? Exact? Ik betrek de deelnemers, ik spar met coaches en experts (op het gebied van fotografie, presentatie, performance, rituelen, sjamanisme, audio, scenografie). Op dit moment wíl ik geen idee vastleggen. Dat zou de kwaliteit van het werk fundamenteel beperken.
Holding Pain Together – zondag 21 maart
Ik nodig de deelnemers uit voor Holding Pain Together op zondag 21 maart, waarschijnlijk weer bij NP3 aan de Hofstraat. Alleen zij zijn welkom. Niemand anders – zelfs geen beheerder van de locatie . 100% Safe space.
(de opstelling van 2026 – met inderdaad 7 deelnemers aanwezig)
We komen samen, ik begeleid een meditatie en nodig uit te delen wat er te delen valt. Foto’s komen in de kring, verhalen komen op tafel, brieven worden voorgelezen, alles mag. Ik begeleid. De aandacht is bij zoveel mogelijk – comfortabel – naar buiten te krijgen, wat we bijvoorbeeld kunnen gebruiken voor exposering ‘What Remains’.
We gaan uit elkaar. We houden contact. Ik blijf uitnodigen om te delen wat er te delen valt. Bijvoorbeeld de foto’s, als print, digitaal? Ik blijf ook uitnodigen de foto’s groots op museumkwaliteit te laten afdrukken (bij Foto Loek). Een gedicht?
Mijn aandacht is gericht op de deelnemers laten ervaren dat delen = helen.
Open LAB-dag – eind maart, begin april
We doen een ‘opening van het LAB’ – wat ik afgelopen jaar ook bij NP3, aan de Hofstraat deed. De deelnemers zijn welkom, hun naasten, vrienden en daarnaast wie maar interesse heeft. We nodigen gericht uit en algemeen via socials. In het bijzonder ook andere makers, studenten, (mogelijke) partners en supporters in het werk.
Afgelopen jaar was er een donkere ruimte met een spot op een stapel foto’s en een hoofdtelefoon waar je naar een opname van een nagesprek kon luisteren. In een andere ruimte konden deelnemers hun foto’s neerleggen (al dan niet zichtbaar). De ‘bos-opstelling’ was er. Alles wat op dat moment maar iets kon vertellen over de processen, om het proces op gang te houden en verder te brengen. Ik begeleidde een meditatie waarin we als groep naar ons verdriet gingen om te laten komen wat kwam. Een collectieve non-performance?
Ik nodig de deelnemers achter te laten wat ze willen achterlaten. Het merendeel van hen geeft de foto’s aan me terug, ook als print, om ermee te mogen doen wat ik wil. Een aantal van hen stelt nog voorwaarden. Samen wennen ze aan de verdere exposering.
Nagesprekken – terug naar de plek in het bos
Gedurende de zomermaanden gaan we terug naar de rituele plek in het bos om een uitgebreid nagesprek te doen dat ik op hoge kwaliteit opneem op audio. Opnames variëren van een uur tot drie uur. Ik blijf delen wat er te delen valt. Tot dusver gaven twee deelnemers hun opnames zonder censuur, of verdere voorwaarden vrij voor ‘out in the open’. Daar ga ik op enig moment – uiteraard – iets waardevols mee doen. Ik verwacht dat meer mannen volgen.
Samen bouwen ‘What Remains of Holding Pain’
Eind augustus (rond Noorderzon) begin ik de deelnemers te vragen welke restanten van hun proces ze willen blootstellen en hoe. Ik verwacht dat er veel foto’s komen, zonder beperkende randvoorwaarden en dat ik zo groot en vaak mag afdrukken als wenselijk. Waar ik dat gepast vind, zal ik overwegen de foto’s in de publieke ruimte vertonen, bijvoorbeeld op driehoeksborden, op LED-schermen, of bij eMMa. Rond zondag 19 september richten we het Palais of Pain / Hall of Pain samen in om die een weekend of wellicht een week open te laten van zonsopgang tot zonsondergang.
What Remains of Holding Pain in een ‘Palace of Pain’ of ‘Hall of Pain’
Ik kan me voorstellen dat er bij binnenkomst een muur is waar je kunt aflezen hoeveel mensen hebben deelgenomen en wat ze hebben vrijgegeven van hun proces (en dus ook niet). Van een aantal zal alleen het ritueel-nummer en datum gepubliceerd worden en verder niets. Een ander zal met naam en toenaam vermeld staan en een QR-code om zelf de foto’s te kunnen delen en een linkje naar het volledige nagesprek op Spotify. Ik zie ook een kaart voor me waar alle rituele plekken op weergegeven worden.
In een eerste ruimte zullen wellicht foto’s liggen en audio-opnamen worden afgespeeld. Misschien is ergens een altaar waar bezoekers zelf iets achter kunnen laten, iets van hun eigen verdriet, of een boodschap. Misschien ben ik er van zonsopgang tot zonsondergang. Misschien zijn de deelnemers er ook, of een aantal van hen. Misschien begeleid ik een meditatie, doen we een non-performance, een happening rondom verdriet.
Ik heb hier uiteraard allerlei gedachten over, maar de idee is dat ik de sociale sculptuur ga laten ontstaan en niet bedenk, zodat iets hyper-relevants, passends, ontstaat, wat de processen van de deelnemers dient én bezoekers uitnodigt om ook verbinding te maken met zichzelf en hun leed en de meest waardevolle ‘publieksvorm’ mogelijk ontstaat. Ik laat me bij het tot stand laten komen van de invulling (zoals gebruikelijk is voor mij) bijstaan door één of meerdere experts, bijvoorbeeld op het gebied van rituelen, een scenograaf, een audio-maker, wat maar waardevol lijkt.
Ik archiveer wat ik mag houden, fysieke objecten, maar ook digitale middelen. Tot dusver gebruik ik het ontvangen materiaal om het onderzoek, het werk, verder te brengen. Als er één deelnemer over de dam is, volgen anderen eenvoudiger, heb ik ondertussen geleerd.
Iedereen is welkom. De deuren gaan open voor iedereen met wie het maar resoneert. Uiteraard nodig ik specifieke journalisten uit om een verhaal te maken.
Wat wil je achterlaten?
Nagesprek en donaties.
Opnieuw volgen nagesprekken met deelnemers en wellicht ook andere betrokkenen. Om ze te bedanken en uit te nodigen vrijgevigheid te beoefenen. Wat wil je meegeven? Donate it forward.
Open sourcing
Gedurende het gehele proces expliciteer ik kennis, inzichten, werkvormen, zodat ik elk moment verder kan op het niveau waar ik was gebleven. De van de deelnemers terug ontvangen ‘data’ (foto’s, audio, etc.) archiveer ik ook op een structurele manier.
Wat deelbaar is, deel ik rijkelijk onder Creative Common licentie. Online, maar ook door mensen uit te nodigen te interviewen, college, les, artists talks, performative lectures te geven. Makers die mijn werk opvolging willen geven, sta ik met liefde bij, zodat ze hun eigen onderzoek op gang kunnen brengen. Ook om het werk in zekere zin opschaalbaar te maken, maar ook extra verdieping – een boek schrijven is leerzamer dan honderd boeken lezen, leerde ik al in 2005 toen ik (samen met Ronald Mulder) mijn eerste boek schreef.
Misschien geef ik een boek uit, maar alleen als het niet rechtstreeks naar het oud papier gaat.
Over publiek: de gelaagdheid van deelname
(overgenomen uit het gepubliceerde Beleidsplan van stichting Rust in Uitvoering)
In de praktijk van Ten Cate is de scheidslijn tussen ‘maker’ en ‘publiek’ vloeibaar. Volgens de lijn van R=1 naar N=voldoende vindt participatie in verschillende schillen van intimiteit, privacy en engagement plaats. Want wat betekent publiek als je je niet 100% veilig kunt voelen? Zo spreekt hij liever van ‘publieker’ dan van publiek. Op geen enkele laag wordt iemand beschouwd als een passieve passant, als een toerist of consument, die zomaar komt binnenwandelen, maar als een gelaagd netwerk van (geëngageerde) actanten met een specifieke rol, die ook mee-investeren en een wezenlijke rol hebben in het werk. De meest intieme schillen zijn privaat, kwetsbaar; daar vindt de kern van het werk plaats. Schillen verder naar buiten zijn meer publiek, toegankelijk.
-
- De primaire deelnemers. Dit zijn de (enkele, vaak slechts tientallen) individuen die – na Ritzo (R=1) zelf – de directe confrontatie aangaan met de verstoring van verbinding. In het onderzoek Holding Pain zijn dit ‘gewone mannen’, in eerdere bewegingen zoals Caught in the App waren dit toevallige voorbijgangers en scholieren. Bij Gewoon een Kop Koffie waren dit de mensen van de straat die bereid waren hun levensverhaal te vertellen. Hij maakt het werk mét de deelnemers, voor hen, in dienst van hen. Zonder hen is zijn werk leeg, zonder hen zou hij de brug van hemzelf naar meer mensen niet kunnen begrijpen en leggen. Met hen vormt de basislaag van de ‘sociale sculptuur’. Deelnemers aan werk ervaren niet zelden hun deelname achteraf als helend, therapeutisch én tegelijkertijd benoemen ze dan ook stuk voor stuk de vrijheid van de artistieke en juist niet-therapeutische insteek van het werk. ‘Bij een coach of therapeut, was ik allang weggelopen, maar bij jou ben ik gewoon blijven zitten, omdat je slechts foto’s maakte zonder moeilijke vragen te stellen of dat er iets moest,’ aldus één van de deelnemers aan Holding Pain.
- De intieme kring. De naasten (van de deelnemers en dus ook van Ritzo zelf) vormen de tweede laag. Zij zijn de eersten die in aanraking komen met de artistieke residuen, zoals de foto’s of de gedeelde verhalen. Hier vindt – decentraal, vaak zonder bijzijn van Ten Cate – de eerste schaalvergroting plaats van de individuele naar een collectieve werking; de residuen fungeren als een portal om het gesprek over bijvoorbeeld kwetsbaarheid binnen de eigen kring te openen.
- De omstanders, de geïnteresseerden. Dit zijn mensen die niet een directe intieme relatie hebben met de deelnemers, maar wel interesse hebben in het werk, het proces of de werking. Zij fungeren als getuigen, als vragenstellers, om de processen, het werk uit te diepen, aan te scherpen. Ze zijn de aanwezigen bij een eerste blootstelling, een exposering, bij een (performatieve) artist talk. Zij wandelen mee in een stadswandeling. Zij brengen het werk verder. Niet zelden zijn er professionals, collega’s – op uitnodiging – onder hen; zij reflecteren ook op de door Ten Cate gepubliceerde open source code om het werk te herhalen of erop voort te bouwen.
- De publiekere meenemers maken het werk af. In de afsluitende fase van een onderzoek, zoals bij de exposering What Remains (of Holding Pain), wordt een publiekere groep uitgenodigd. Zij hebben de rol om de ervaringen van de deelnemers, de restanten van hun proces mee de wereld in te nemen. Ook zij zijn geen toeschouwers, maar helpen mee aan het universeel maken van een werk, het laten opgaan in de gehelen, wat mag bijdragen aan de normalisering van het onderliggende thema van het werk. Onder hen zijn toevallige passanten die ervoor kiezen om binnen te stappen bij een werk en journalisten die – op gerichte uitnodiging – verslag doen van een onderzoek, om zo nog een groter ‘publiek’ te bereiken.
Het woord ‘gewoon’ is een veelvuldig terugkerende term, zowel in het werk van Ritzo, als in de keuze van groepen met wie hij werkt. Hij nodigde iedereen uit om ‘gewoon een kop koffie te drinken met een dakloze’, tijdens zijn TEDx-talk nodigde hij uit om ‘gewoon smartphones uit te wisselen met degene die bij toeval naast je zit’. Met Holding Pain nodigt hij ‘gewone mannen’ uit om 18 minuten lang bij hun verdriet te blijven. Alsof het niets is. Het gebruik van het woord draagt bij aan normalisering, door het ongewone gewoon te maken. Nadrukkelijk richt hij zich niet op elites, of niches. Hij werkt dan ook liever op straat en in de vrije natuur dan in cultuurpaleizen, kerken of anderszins geclaimde plekken.
Over communicatie en publiciteit, in verbinding
(overgenomen uit het gepubliceerde Beleidsplan van stichting Rust in Uitvoering)
Ritzo deelt over de werking van zijn werk via mensen en kanalen die passen bij zijn kernwaarden rust, aandacht en liefde. Concreet betekent dat: veel één-op-één contact met specifieke individuen, waar hij doorgaans inzet op warm, menselijk contact. En ook hier is sprake van een gelaagdheid en fasering.
- Hij deelt op zijn eigen kanalen, zoals zijn blog, nieuwsbrief, Substack, Flickr, Spotify, Youtube, LinkedIn en Google Docs. Ten Cate zorgt er – als ontwikkelaar van software leerde hij al jong om netjes te werken – altijd voor dat zijn werk goed gedocumenteerd is en vanaf een vroege fase te volgen is. In eerste instantie legt hij zijn onderzoek voor zichzelf vast in niet publieke omgevingen zoals Google Docs of zijn privé-collecties op foto-platform Flickr, maar zodra het maar enigzins mogelijk bijdraagt deelt hij zijn hersenspinsels, vooronderzoeken, bevindingen, handleidingen, meningen, source codes en white papers. Zo brengt hij zijn eigen kennisbehoefte tot rust én maakt hij voortdurend impact op zijn nabije en minder nabije omgeving. Wat je of hij ook zoekt over zijn werk, het is altijd wel ergens terug te vinden.
- Hij nodigt deelnemers uit te delen, bijvoorbeeld via hem en zijn kanalen, maar ook zelf, decentraal. Zo zijn er deelnemers die hun foto’s rijkelijk hebben gedeeld met hun eigen omgeving, in print, via sociale media, of zelfs in lezingen, zonder dat hij de het beeld en de rechten van hen terugkreeg.
- Hij nodigt mensen gericht uit om zijn werk mee te maken, of op zijn minst te ervaren en daarover te delen. Onder hen zijn mensen met een grote achterban, inclusief journalisten. Zo koos hij ervoor om geen tijd meer te besteden aan Instagram en – met succes – gericht journalisten van Trouw, EenVandaag, de Huffington Post en Metro.UK te benaderen, om zo de foto’s met ‘telefoonzombies’ letterlijk wereldberoemd te laten worden. Hij richt zich doorgaans overigens op de algemene of achtergrond-redacties en niet op de kunstredacties, want de voorpagina wordt nou eenmaal meer gelezen dan het kunstkatern.
- Hij deelt de lessen uit zijn onderzoeken (performative) lectures, waarbij hij – naast een cognitieve en story telling laag – embodied learning vaak inzet om ook lichamelijk te laten ervaren wat er in zijn onderzoek boven is gekomen. Zo nodigde hij een volle zaal mensen, met interesse in verslaving, uit om de ogen te sluiten, naar hun onrust te gaan, een aantal malen krachtig in te ademen om ze vervolgens drie minuten lang in stilte te laten zitten, totdat de stilte werd doorbroken door een fris, lekker afleidend muziekje. ‘Wilt u terug naar de stilte, of wilt u de muziek blijven gebruiken?’
- Hij deelt zijn lessen pro-actief met professionals en medemakers, via manuals, scripts en source code. Zo communiceert Ten Cate op een diep-inhoudelijke laag met collega-makers en experts, ook om zijn kennis te delen, maar ook om feedback te ontvangen en verder te leren.
- Hij deelt zijn residuen waar mogelijk en wenselijk, voordat ze vervallen. Foto’s, audio-opnames en publicaties (zoals de roman Donkerder) fungeren als publieke spin-offs die het onderzoek, vaak op een ervaringslaag, toegankelijk maken voor een groot bereik zonder de rituele zuiverheid van de kern te schenden.
Zo bereikt hij al jarenlang honderden, duizenden, of zelfs letterlijk miljoenen mensen met zijn werk.
Via Gewoon een Kop Koffie werden veertien mensen van de straat stadsgids. Samen namen sinds 2014 meer dan 5.000 mensen mee door de stad, met een maximale groepsgrootte van een basisschoolklas of een halve gemeenteraad en minimaal een first date. Via regionale en landelijke kranten, radio en TV bereikten de Groninger ‘daklozenwandelingen’ het hele land en inspireerde ook mensen in andere steden. De debuutroman Donkerder (en 2.0) werd meer dan 1.500 keer verkocht, onder andere aan bibliotheken door het hele land. Honderden middelbare scholieren lazen het boek in het kader van een daklozenproject, of voor ‘de lijst’. Via meerdere items op bijvoorbeeld (prime time) Radio 1, 2, in Trouw en De Correspondent bereikte hij letterlijk een miljoenenpubliek met zijn uitnodiging om niet weg te kijken bij iemand van de straat.
Ritzo ving in Groningen meer dan 200 ‘telefoonzombies’ op, in Arnhem, Utrecht, Amsterdam en Londen volgden nog zo’n 300. De foto’s deelde hij online via Instagram, Flickr en zijn blog en werden zo duizenden keren bekeken. Letterlijk miljoenen mensen kwamen in aanraking met het werk via kranten, zoals Trouw en Metro.UK, TV zoals Eenvandaag en wereldwijd Huffington post. Zijn TEDx-talk bereikte in de zaal 300 mensen en online meer dan 35.000 kijkers. Meer talks volgden en voor scholen ontstond een aanbod waarin hij uitnodigde zelf fotografisch onderzoek te doen naar onze relatie met smartphones. Tientallen leerlingen namen deel en bereikten hun eigen achterban, onder andere met een profielwerkstuk-documentaire, die landelijk viraal ging op scholen Het Jeugdjournaal deed verslag van het fiets-app-parcours, een spin-off speciaal ontwikkeld voor meer praktisch georiënteerde leerlingen. Hij organiseerde een deep dive met smartphone-pioniers in het onderwijs wat een flinke bijdrage betekende aan het tot stand komen van hét smartphone-verbod op scholen. Zijn jarenlange onderzoek veranderde een klein beetje hoe we in Nederland en wereldwijd met die wonderapparaatjes omgaan.
Aan Holding Pain doen maximaal 14 deelnemers per jaar mee. Ze betrekken – decentraal – hun eigen naasten en achterban in hun proces, één-op-één of praatjes in intieme setting. Het werk heeft alles in zich om landelijk en internationaal aandacht te krijgen. Misschien kan er een documentaire worden gemaakt waarin een aantal deelnemers buiten hun 18 minuten om worden gevolgd? ‘Stepping out of the #manosphere’ is een titel die resoneert met het werk.
Ten Cate hanteert geen streefgetallen op voorhand, maar betrekt mensen. Wanneer ‘N=voldoende’ is bereikt is dat deel van het werk klaar.
Ritzo doet niet aan doelen, maar werkt vanuit intenties, die doorgaans ruimschoots bewaarheid worden.
Voor Holding Pain voorziet Ten Cate een traject van een jaar of zes, zeven, acht voor zich. De eerste drie jaren in Groningen, om daarna in andere gemeenschappen te landen, elders in het land (zoals op de Zuidas, bij Feyenoord of Brabantse boeren), maar wellicht ook elders in de wereld, zoals in Japan of Finland. Of… met vrouwen. Een spin off op scholen is ook hier voor de hand liggend. Van jezelf zo perfect mogelijk laten zien, naar samen echt in de spiegel kijken en verbinding in klassen; Ritzo is sinds 2025 officieel CJP-partner, wat toegang tot het curriculum laagdrempelig mogelijk maakt.
Holding Pain in 300 woorden
Holding Pain is een meerjarig (digitaal sjamanistisch) fotografisch ritueel onderzoek waarmee ik ‘gewone Groninger mannen’ in de koude donkere wintermaanden uitnodig naar hun verdriet te gaan om in een 1-op-1 safe space in de natuur – in stilte – 18 minuten lang in mijn digitale spiegelreflexcamera te kijken. Twee dagen na afloop ontvangen ze vijf tot tien foto’s digitaal van me waarmee zij mogen doen wat ze willen en ik afstand doe van alle rechten. Zodra de bestanden zijn overgedragen, verwijder ik ze van mijn schijven.
Gedurende de weken, maanden erna blijf ik uitnodigen naar hun foto’s te kijken, ze ambachtelijk te laten afdrukken en de residuen van het proces te delen met hun naasten of – zoals één van de deelnemers het noemde – de kosmos.
In het voorjaar breng ik de mannen bij elkaar in Holding Pain Together waarbij ik ze uitnodig te delen wat er te delen valt. Dat begint met stilte en eindigt met alles op tafel. En tranen.
In de zomer houden we contact, voeren we nagesprekken, die ik opneem op audio en nodig ik uit iets toe te voegen aan de ‘exposering’ What Remains (of Holding Pain), een social sculpture, waarin blootgesteld wordt wat nog over is en we samen – ook met bezoekers – onze monsters uit de schaduw halen en op een altaar plaatsen.
Deze eerste exposering, waar ik voor aanvraag, vindt in de laatste week van september 2027 plaats in een tijdelijke ‘Palace of Pain’ of ‘Hall of Pain’ bij NP3, een oude kerk, het Grand Theatre en/of in de publieke ruimte.
De werkwijze en terugontvangen ‘data’ documenteer ik open source in scripts en een (online) archief, van waar ik rijkelijk deel in interviews (met nationale en internationale media), coaching (van andere makers), colleges, artist talks, performative lectures en happenings.
Zelf aan Holding Pain meedoen als deelnemer of maker? Mijn werk ondersteunen? Graag!
Dank je wel dat je deze veel te lange tekst hebt gelezen of op zijn minst naar onderen bent gescrolled.
Heb je interesse om mee te doen als deelnemer of maker? Hier vind je dáár specifiek meer informatie over.
Wil je mijn werk financieel ondersteunen? Heel graag natuurlijk. Ik wil graag richting een praktijk gebaseerd op vrijgevigheid, zodat iedereen – ongeacht eigen financiële mogelijkheden – kan deelnemen en toegang heeft. Op de site rustinuitvoering.nl staat meer over de stichting Rust in Uitvoering, die hopelijk gauw een culturele ANBI wordt.
Mail me gerust op ritzotencate@gmail.com.